“JAN DE LIMPENS”
IS DE MAN WAARNAAR
DE WELDADIGE STICHTING IS VERNOEMD.
JOANNES LUDOVICUS CHRISTIANUS (JAN) DE LIMPENS werd geboren op 13 september 1793 op kasteel Doenrade als zoon uit het eerste huwelijk van “Appellationsrat” (hoger beroepsraad) en schout van het vorstendom Thorn, Franciscus Christianus Joannes Joseph Jacobus (Frans) de Limpens uit Essen (D) en Maria Magdalena Dortans uit Gladbach (D). Frans de Limpens huwde de tweede keer met Maria Margaretha Engelen.
Jan werd dezelfde dag nog gedoopt door de plaatsvervangend pastoor (vice curatus) kapelaan Adolf Simons in de St. Lambertuskerk te Oirsbeek. Als getuigen stonden aan de doopvont koster Walram Arets uit Oirsbeek loco (in de plaats van) Ludovicus Dortans “praefectus” (“Ambtsverwalter der Amtsmannstelle der Amter Brüggen” voor de graaf van Schaesberg), vader van de moeder en Maria Elisabeth de Limpens uit Hout, parochie Merkelbeek loco Maria Theresia von Prickartz uit Düsseldorf, de moeder van de vader.
Jan werd na zijn studie op 24 Juni 1821 op 27-jarige leeftijd benoemd tot griffier aan het vredegerecht te Oirsbeek het welk zetelde in pastorie aldaar, welke functie hij in 1836, tijdens het Belgische bewind neerlegde. Tevens was hij van 1830 tot 1841 burgemeester van de gemeente Oirsbeek.
Op 15 december 1841 werd hij benoemd tot kantonrechter in Sittard, welke functie hij bekleedde tot 12 december 1871.
Op 30 september 1841 werd hij tevens benoemd tot lid van de Provinciale Staten van het hertogdom Limburg als afgevaardigde van de landelijke stand van het 6e district, met als hoofdplaats Oirsbeek. Hij bleef dit tot 1849.
De 39-jarige toenmalige burgemeester van Oirsbeek Jan de Limpens huwde op 12 juni 1833 te Laurensberg bij Aken (D) met de 32-jarige Barones CATHARINA JOSEPHINA SOPHIA VON GUAITA.
Catharina werd geboren te Soers-Aken (D) op 25 Brumaire van het jaar IX van de Franse Revolutie (16 november 1800) als dochter van “Maire” (burgemeester) oftewel “Oberbürgermeister” van Aken, Cornelius Maria Paulus Baron von Guaita en Augusta Margaretha Baronesse von Heinsberg.
De gepensioneerde kantonrechter Jan de Limpens overleed op kasteel Doenrade op 23 april 1878 “des middags om twaalf ure” op 84-jarige leeftijd. Zijn dood werd nog dezelfde dag aangegeven bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, Jos Hautvast, te Oirsbeek.
Het aangeven werd gedaan door de buurman Antoon Hennen, van beroep dagloner, oud 37 jaar en Jan Reinier Kusters, van beroep veldwachter, oud 54 jaar.
Jan de Limpens werd op het kerkhof te Oirsbeek begraven.
Familie wapen de LImpens Familie wapen Von Guaita
Foto's: Roel Schaeps
Na het overlijden van haar man vertrok Catharina von Guaita op 1 februari 1879 naar Heerlen.
Zij overleed aldaar op 26 juni 1883 om “ het middernachtelijk uur ten huize van Dominicus Boost aan de Veemarkt” op 82-jarige leeftijd en werd te Oirsbeek begraven. Haar overlijden werd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, M.J. Savelberg van de gemeente Heerlen, aangegeven door Jan Hendrik Aloijs Alsdorf, van beroep brouwer, oud 46 jaar en door gemeentesecretaris Jozef Kaufmann, oud 49 jaar, beiden wonende te Heerlen.
Uit hun huwelijk werden vier kinderen geboren:
1. FRANCISCA JOSEPHE DE LIMPENS werd geboren op 26 maart 1834 “half een na voormiddag” op kasteel Doenrade te Oirsbeek.
Zij is waarschijnlijk in een levensbedreigende noodsituatie door de vroedvrouw gedoopt want in de doopregisters van de parochie Oirsbeek staat zij niet vermeld. Een dag later, op 27 maart verschenen de vader en grootvader weer bij de ambtenaar om te verklaren dat “zij op heden om half elf uren voormiddag” na bijna 37 uren na de geboorte op “Huijs Doenrade” is overleden. Zij werd te Oirsbeek begraven.
2. ANNA FRANCISCA BARBARA HUBERTINA LIJDIA (FANNY) DE LIM- PENS werd geboren op 27 maart 1835 “ten drie uren voormiddags” op kasteel Doenrade te Oirsbeek.
Fanny, zoals zij werd genoemd, vertrekt op 15 april 1862 naar Braunsfelt (Pruissen).
Zij overleed ongehuwd op 11 april 1863 te Bonn (D) op 28-jarige leeftijd.
Haar overlijden staat niet genoteerd in het overlijdensregister van de parochie Oirsbeek terwijl ze toch te Oirsbeek werd begraven..
3. KAREL KORNELIUS LUDOVICUS CHRISTIANUS DE LIMPENS werd geboren op 23 maart 1837 om “half zeven uren namiddag” op kasteel Doenrade te Oirsbeek.
Karel werd een dag later rond het middaguur aangegeven bij Jan Mathijs Doemen, eerste Schepen der gemeente Oirsbeek en bijzondere gedelegeerde ambtenaar van de burgerlijke stand. Getuigen waren grootvader Frans Joseph de Limpens, grond- eigenaar, oud 76 jaar en Jan Leonard Meulenberg, van beroep veldwachter oud 37 jaar.
Als doopgetuigen in de parochiekerk te Oirsbeek waren aanwezig Cornelis von Guaita (grootvader moederskant) en Christina de Limpens (zus van de grootvader).
De grondeigenaar en rentenier Karel de Limpens overleed ongehuwd op 4 september 1893 om drie uur in de namiddag op kasteel Doenrade in de leeftijd van 56 jaar.
Zijn overlijden werd op 5 september aangegeven bij de ambtenaar van de burgerlijke stand te Oirsbeek, Jan Baptist Habets, door Arnold Arets, oud 45 jaar, van beroep gemeentesecretaris en Daniel Jan Hennen, oud 78 jaar, van beroep landbouwer.
Krantenartikel uit de Limburger Koerier van 7 september 1893
“Karel zou op deze bewuste maandag 4 september 1893 naar een krankzinnigen- gesticht te Aken worden gebracht. Karel werd streng bewaakt, het rijtuig stond gereed om hem te vervoeren, het was alleen nog wachten op geneesheer Dr. Hermann uit Valkenburg die hem naar Aken zou vergezellen. In een onbewaakt ogenblik wist hij echter aan de bewakers te ontsnappen en rende het kasteel binnen. Hij liep van de ene naar de andere kamer en vergrendelde alle deuren achter zich. Nadat smid Mengelers uit Doenrade de deuren der kamers had opengebroken vond men Karel met een verbrijzelde schedel op de vloer liggen. Hij had met een geweerschot een einde aan zijn leven gemaakt.”
Karel werd bijgezet in het familiegraf op het kerkhof te Oirsbeek. In zijn uiterste wilsbeschikking van 6 juni 1887 liet hij vastleggen:
“Ik wil dat mijne begrafenis zooveel mogelijk gelijk zal zijn aan die van wijlen mijn broeder Ernest de Limpens, de regeling daarvan evenwel overlatende aan mijnen executeur testamentair”.
Karel heeft net als zijn broer Ernest gestudeerd aan het gymnasium St. Aloysius van de Jezuïeten te Sittard. Over zijn verdere studies is niets bekend. Hij was zeer geïnteres- seerd in het boerenbedrijf en kocht tijdens zijn leven verschillende boerderijen.
Hij werd afgeschilderd als een figuur die armoedig gekleed was en zich ophield met de knechten op de verpachte boerenhoeven. Hij meed zoveel mogelijk de welgestelden.
Op 1 april 1883 gaat Karel wonen Op de Geer A nr. 43 te Merkelbeek bij landbouwer Jan Pieter Joseph Heijnen en Anna Helena Josephina van den Camp. Op 1 januari 1884 neemt Karel de Limpens weer zijn intrek op kasteel Doenrade.
Bij landbouwer Heijnen is ook kapelaan Petrus Coolen van de parochie Merkelbeek in de kost.
4. JAN HERMAN JOSEPH ERNEST HUBERTUS LAZARUS DE LIMPENS, geboren op 17 december 1839 om 7.00 uur in de voormiddag op kasteel Doenrade te Oirsbeek. Dezelfde dag werd hij om 4.00 uur in de namiddag aangegeven bij de gemeente door zijn vader die er burgemeester is. Getuigen bij het aangeven waren Frans Joseph de Limpens (grootvader), oud 79 jaar, van beroep grondeigenaar en Jan Leonard Meulenberg, oud 40 jaar, van beroep veldwachter.
Bij de doop in de parochiekerk te Oirsbeek waren als getuigen aanwezig, Herman Joseph van Mulcken, pastoor van Süsterseel (D) en Josephina von Guaita uit Aken.
In zijn laatste levensjaar is hij evenals zijn broer Karel krankzinnig. Ernest is ongehuwd en overleed op 30 juni 1886 om 3.00 uur in de namiddag in het “Geneeskundig gesticht voor krankzinnigen Jan van Arkel” te ‘s-Hertogenbosch in de leeftijd van 46 jaar. In dit gesticht werd hij op 14 april 1886 opgenomen. Het stoffelijk overschot van de overledene arriveerde op maandag 5 juli met de trein om 3.00 uur in de namiddag op het station te Sittard. Op dinsdag 6 juli 1886 werd hij begraven op het kerkhof te Oirsbeek.
De grafrede werd gesproken door zijn vriend de Zeer Eerwaarde Heer Jos Habets Rijksarchivaris te Maastricht.
In zijn testament had hij bepaald dat :
“En wil dat mijn lijk vijf dagen in een open zerk zal blijven en de decompositie (lijkontbinding) volgens verklaring van een arts of doctor zal ingetreden zijn.
Ik wil dat de kerkelijke diensten en de begrafenis zullen plaats hebben zooals voor mijn dierbare mama zaliger”
In zijn testament had hij verder bepaald dat hij wilde bijgezet worden in het familiegraf op het kerkhof te Oirsbeek. Tevens moest er op het familiegraf of ernaast een granieten grafmonument geplaatst worden, ter waarde van 960 gulden. Dit kwam er uiteindelijk pas in 1908. In 1954 moest het grafmoment verdwijnen zoals reeds eerder vermeld.
Na de lagere school te Oirsbeek te hebben doorlopen studeerde Ernest van 1850-1856 aan het gymnasium St. Aloysius van de Jezuïeten te Sittard, daarna ging hij filosofie studeren aan het Jezuïetencollege te Namen (B).
In september 1858 ging hij rechtswetenschappen studeren aan de universiteit van Leiden waar hij op 11 juni 1863 promoveerde tot “Doctor in het romeinsch en hedendaagsch regt”. Tijdens zijn studie in Leiden volgde hij ook colleges in de medicijnen.
Op 10 oktober 1864 legt hij voor het Provinciaal Gerechtshof in Limburg de eed af als advocaat. Op 14 januari 1865 werd Ernest benoemd tot griffier aan het kantongerecht te Horst en op 7 september 1866 tot griffier aan het kantongerecht te Heerlen. Van 1872 tot 1875 was hij kantonrechter te Gennep en van 7 september 1875 tot aan zijn dood in 1886 te Heerlen, waar hij ook woonde.
Ernest was een sociaal bewogen mens. Zijn pachters kregen vaak uitstel van betaling als zij in moeilijkheden verkeerden. Ook leende hij gul aan mensen die vaak bij hem aanklopten om geld te vragen om de dokter of medicijnen te kunnen betalen.
Een vaste groep mensen werd regelmatig door hem gesteund. Daarnaast gaf hij ook nog incidenteel steun aan behoeftigen.
1. ONTSTAAN VAN DE WELDADIGE STICHTING JAN DE LIMPENS
Met Ernest en Karel begint eigenlijk het verhaal van de Weldadige Stichting Jan de Limpens.
Met het heengaan van Karel de Limpens in 1893 stierf de Doenraadse tak van de familie de Limpens uit. Op 6 januari en 27 januari 1886 had Mr. Ernest de Limpens via een geheim testament de “Weldadige Stichting Jan de Limpens” in het leven geroepen.
Dit testament (uiterste wilsbeschikking) werd in bewaring gegeven aan notaris Jan Leopold Palmen (geboren in Merkelbeek) te Valkenburg. Deze beschikking is door iemand anders geschreven, maar door Ernest zelf ondertekend.
Het testament werd ten huize van Mr. Ernest de Limpens in Heerlen nog verder ondertekend door notaris Palmen, de getuigen Gerardus Josephus Hubertus Welters, kandidaat-notaris te Valkenburg, Antoon Curvers, rijtuigenverhuurder en wonende “in den Plenkert” te Berg en Terblijt, Hendrik Joseph Voncken, winkelier te Heerlen en Hubert Knops, huurkoetsier te Heerlen.
Ernest legateerde aan zijn broer Karel: “zijn aandeel in de meubelen en het huisraad, de zilverwerken en verderen inboedel, benevens mijne boeken enz. Tevens kreeg hij het vruchtgebruik zijn leven gedurende, van het overige mijner nalatenschap”.
Tevens wordt er na de dood in de brandkast een briefje gevonden met de tekst:
“Deze mijn uiterste wil in vorm van codicille: Pastoor Rijksarchivaris Habets (geboren te Oirsbeek) te Maastricht moet hebben de bibliotheque van mij uitgezonderd Rechtsgeleerd Bijblad en Weekblad van Regt. Hij moet daarvoor alles wat betreft mijne familie documenten royeren, sorteren enz.”
Bij een geheim testament, gedagtekend op 12 mei 1887 en gedeponeerd ten kantore van notaris Lienaerts te Merkelbeek op 6 juni daaropvolgend, benoemde de grondeigenaar Karel de Limpens in deze uiterste wilsbeschikking de, naar zijn vader genoemde Weldadige Stich- ting Jan de Limpens tot zijn enige en algemene erfgenaam.
De akte werd als getuige mede ondertekend door Jan Leopold Haeren en Hubert Haeren, beiden landbouwers te Doenrade, Hubert Timmermans, landbouwer en Jan Gerard Daelmans, zoon van de smid, beiden wonende te Douvergenhout en notaris Frans Leopold Lienaerts te Merkelbeek.
2. ENKELE ANEKDOTES OVER KAREL DE LIMPENS
Karel de Limpens was een zonderling. Hij leefde moederziel alleen op huize Doenrade. Er was geen vrouw om het huishouden te regelen; hij zorgde zelf voor alles.
Hij verwaarloosde zijn kleding, maar dit viel niet onmiddellijk op, omdat hij altijd een lange mantel droeg, een zogenaamde kozakkenmantel.
“In Heerlen lag destijds op het Wilhelminaplein een café, waar Karel kind aan huis was. Toen hij op zekere dag weer het café bezocht, kreeg hij honger. Hij liep naar een naburige slager en kocht daar een groot stuk spek. Terug in het café veegde hij een handvol stof van de grond, en strooide dit over het spek met de opmerking “doa moet get peper op zien” en werkte daarna met smaak grote hompen spek met zand naar binnen”.
Herhaaldelijk gaf Karel er blijk van, dat hij weliswaar een zonderling, maar niet zo gek was als de meeste mensen veronderstelden.
“Na een café in Doenrade te hebben bezocht, kwam hij tot de ontdekking, dat hij zijn portemonnee vergeten had. Geen nood, hij zou de volgende dag wel betalen. Voordat hij vertrok deelde hij de herbergier mede, dat zijn schuld 84 glazen bier bedroeg. De kastelein die Karel’s verteringen met krijt had opgeschreven, maar zelf de tel was kwijt geraakt, had een half uur nodig om het aantal secuur uit te rekenen. Karels mededeling klopte echter helemaal; het waren inderdaad 84 glazen bier”.
Kenschetsend voor zijn verwaarloosd uiterlijk is het volgende verhaal, dat over hem in omloop was:
“Hij bezocht eens een van de grote boerderijen in Duitsland, die zijn eigendom was, de hoeve Hofstad bij Orsbach, doch maakte zich niet bekend. Toen de avond viel en hij om nachtverblijf vroeg, wees men Karel, die in de ogen van de pachter een zwerver was, een slaapplaats aan tussen het stro. Hij bracht er de nacht door met de schaapherder van de hoeve en had geslapen als een prins. De volgende morgen, voordat hij voor dag en dauw weer vertrok, zei hij tegen deze herder: “Zeg aan dienen Hieër (pachter)Feron, dat hae het anger jaor van den hoof aaf moet” en maak hem de complemente van sienen Hieër!......
Met andere woorden: Hij kreeg de pacht opgezegd”.
Ook met pastoor Ludovicus Bemelmans van de parochie St. Joseph te Doenrade, waartoe Huize Doenrade behoorde, kon Karel het niet vinden:
“In de kerk waren voorheen twee toegangsdeuren, een aan de zuid- en een aan de noordzijde. Als hij naar de kerk kwam, stond Karel steeds bij de noordelijke toegangsdeur. Toen de pastoor destijds die deur dicht liet metselen, om een geschikte plaats te krijgen voor zijn doopvont, beschouwde Karel dit als een persoonlijke belediging. Van die dag af kwam hij niet meer naar de St Josephkerk in Doenrade”.
3. RECHTSSTRIJD OVER BEIDE TESTAMENTEN
Na het openbaar maken van beide testamenten werd door een zekere Emilie Wirth, echtgenote van Emil Scheijdecken te Andernach (D), bloedverwante van Karel en Ernest in de vaderlijke zijlinie en kloosterzuster Catharina Hubertina Josephina Clothilde Maria Jörissen, in religie zuster Maria Victoria in de moederlijke zijlinie, de rechtsgeldigheid daar van betwist.
Zij stelden dat Karel noch Ernest ten tijde van het opmaken van hun testamenten in het bezit waren van hun verstandelijke vermogens en eisten genoegdoening.
Hierdoor werd de Stichting betrokken in een rechtsgeding, bij de Arrondissementsrechtbank te Maastricht en het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch dat van 1894 tot 1904 heeft geduurd.
Na een rechtstrijd van meer dan tien jaar en vanwege de hoge proceskosten heeft men uiteindelijk besloten om tot een schikking te komen.
Hierbij werd aan de erfgename in de vaderlijke zijlinie 75.000 gulden uitbetaald.
De kloosterzuster Maria Victoria doet afstand van alle rechten en aanspraken op de nalatenschap van Karel de Limpens tegen een uitbetaling van 40.000 gulden.
Pas op 30 oktober 1900 kon de Weldadige Stichting Jan de Limpens officieel met de werkzaamheden beginnen.
4. ENKELE BELANGRIJKE PUNTEN UIT DE WILSBESCHIKKINGEN
De nalatenschappen van Ernest en Karel de Limpens omvatten een omvangrijk vermogen, o.a. meerdere pachthoeven en aandelen in de kolenmijn Celser Neuack in het Ruhrdal (D.).
In 1986 bezat de Stichting tien grote boerderijen met in totaal zo’n 400 hectaren grond.
Allemaal verkregen uit de nalatenschap en door goed rentmeesterschap verworven.
In zijn testament benoemde Ernest de Limpens de “Vereenigde Burgemeesters en de Roomsch Catholieke Pastoors van ondergenoemde bevoorrechte gemeenten en plaatsen” tot bestuursleden van de Stichting. Ook werd in zijn testament aangegeven dat de stichting onder voorzitterschap moet staan van burgemeester Graaf Arthur de Marchant et d’Ansembourg uit Amstenrade.
Voor Oirsbeek namen zitting in de stichting: burgemeester Pieter Frans Diederen, geboren in Munstergeleen, woonde te Doenrade en gehuwd met Rosa Baggen. Voor de kerk, pastoor Ferdinand Maria Sarton, geboren te Sittard en pastoor te Oirsbeek van 1895 tot 1901.
Voor Amstenrade nam deel de reeds eerder genoemde burgemeester tot aan zijn overlijden in 1925. Voor de kerk, pastoor Franciscus Josephus Hubertus Thissen, geboren te Roermond en pastoor te Amstenrade van 1883 tot 1907.
Namens de parochie Doenrade, pastoor Josephus Cuypers, geboren te Vaesrade en pastoor te Doenrade van 1907 tot 1909.
BEVOORRECHTE GEMEENTEN
Ik erflater benoem en stel onder den last van gemeld vruchtgebruik en verdere hiervoor omschreven legaten en lasten tot mijn eenige en algeheele Erfgename de Weldadige Stichting, welke ik hierbij in leven roep in de gemeenten: “Oirsbeek, Schinveld, Brunssum en Jabeek en in het oostelijk gedeelte der gemeente Sittard tot aan den thans bestaanden spoorweg als grens; uitgezonderd van die gemeente Sittard het gedeelte der stad binnen de thans bestaande wallen, waarvoor het walvoetpad als grens dient en verder de straten genaamd Brandstraat, Steenweg en Limbrichterstraat vanaf den wal tot aan de spoorweg in de richting der Limbrichterstraat enz.”
VERDELING DER OPBRENGST
Ik wil dat hoogstens de helft der inkomsten van voormelde Stichting elk jaar door de Beheerders in studiebeurzen worden verdeeld tusschen de wettige afstammelingen van mijn broeder Carel Cornelius de Limpens zoowel voor de mannelijke als vrouwelijke afstam- melingen enz.
Ik wil dat het overige gedeelte der inkomsten en bij ontstentenis van wettige afstammelingen van mijn genoemde broeder de geheele zuiver inkomsten der Stichting zullen worden besteed tot ondersteuning van personen uit den arbeidenden stand van den Roomsch Catholieken godsdienst, geboren en gevestigd wonende of elders geboren en minstens vijf jaren gevestigd wonende in voormelde gemeenten of plaatsen”. te weten:
“1e CATEGORIE
Een derde deel dier inkomsten ten behoeve van kinderen of jonge lieden van beiderlei geslacht uit den landbouwenden of arbeidenden stand, om hen in staat te stellen behoorlijk onderwijs te genieten, hen te laten opleiden voor beroepen, handwerken, vakken of den land- en tuinbouw te laten leeren; opgeleid te worden voor den Roomsch Catholieken Geestelijken stand of zich te bekwamen tot kunstenaars of om de schoone kunsten te leeren. Uitgezonderd zijn de studiën in de rechterlijke en geneeskundige vakken, behalve voor vroedvrouwen en veearts, die toegelaten zijn”.
Naar de reden(en) waarom de erflaters met name de rechten- en medicijnenstudenten uitsloten van studiefinanciering is het gissen. Maar men heeft zo zijn vermoedens.
“2e CATEGORIE
Een derde deel der inkomsten tot ondersteuning van arbeidslieden en dienstboden van beider geslacht, welke door ziekte of ouderdom of door ongelukken bij den arbeid of anderszins onbekwaam of ongeschikt zijn geworden om in hun onderhoud te voorzien.
3e CATEGORIE
En het laatste een derde deel tot ondersteuning van buiten eigen schuld in verlegenheid, tot verval geraakte of tot armoede gekomen kleine of geringe landbouwers van beiderlei geslacht.
MAATSTAF DER VERDELING
Als maatstaf voor de verdeeling tusschen de gemeenten onderling wordt aangenomen de bevolking in die gemeenten of plaatsen, het aantal bewoners zonder op godsdienstige gezind- heid te letten; zullende de bevolking of het zielental van de gemeenten Oirsbeek, Merkelbeek en Bingelrade dubbel genomen moeten worden en van de overige gemeenten of plaatsen enkel, zooals de statistieke opgave door de Gemeentebesturen ...... enz. De boven omschreven bevolkingsgetallen, zullen tot grondslag der voormelde berekening dienen, en de zuivere inkomsten daarvoor pondpondsgewijze (= gelijkmatig) verdeeld worden. Het voorschreven gedeelte van de gemeente Sittard zal voor zijn aandeel in de gemelde berekening echter niet meer kunnen verkrijgen dan de gemeente Merkelbeek”.
ARMEN VAN OIRSBEEK
“Dat hij (Karel) jaarlijks negentien honderd vijf en twintig franken of negen honderd vier en twintig gulden zal moeten uitdeelen aan de armen der Gemeente Oirsbeek en verder aan de armen, welke ik steeds bedeeld heb. enz.”
Doordat in de loop der jaren het sociaal stelsel in Nederland geheel is veranderd door invoering van o.a. bijstandswet, W.A.O., A.O.W., studiefinanciering enz. zijn voor veel mensen de levensomstandigheden verbeterd. Hierdoor is veel “financieel werk” uit handen genomen van de Stichting.
Zo kan de Weldadige Stichting Jan de Limpens zich richten op de nieuw ontstane noden.
Oirsbeek, december 2009
Wim Douven
Geraadpleegde bronnen:
1 Kerkelijk register van de parochie Oirsbeek.
2 Burgerlijke stand van de gemeenten Oirsbeek en Heerlen.
3 Krantenartikel over zelfmoord. in de Limburger Koerier van 7 september 1893.
4 Limburgs Dagblad, krantenartikel juni 1986, Goed doen in de geest van honderdjarig testament, Stichting Jan de Limpens.
5 Weldadige Stichting Jan de Limpens, Uiterste Wilsbeschikkingen, druk Nieuwsbron Brunssum.
6 Gedenkboek 1886-1986, Weldadige Stichting Jan de Limpens, door mevrouw Beckers-Schuwirth.
7 Een kerk als grafmonument, De R.K. St.-Lambertuskerk te Oirsbeek, 2004
8 Limburgs Dagblad, krantenartikel Limburgsch Journaal, Stichting de Limpens door twee broers gegrondvest, door pastoor M. Meulenberg.
9 Publications de la Sociéte Historique et Archéologique dans le Limbourg, 1982, pag. 42 t/m 47.
 |