Om het met een kleinere of grotere groep mensen samen uit te houden,
zijn afspraken nodig, waar iedereen zich in het algemeen aan houdt.
Dat is geen uitvinding van onze tijd, dat was al zo in het eerst gezin, in de stam en natie en stilaan ontdekken wij dat we ook in de wereldgemeenschap afspraken moeten maken.
Die worden dan vastgelegd in regels en wetten. De Tien Geboden bijvoorbeeld waren een samenvatting van wat nagenoeg iedereen al redelijk vond. Nog vóór onze jaartelling is er ondanks die regels al heel wat fout gegaan.
De geschiedenis staat vol van oorlogen, onderdrukking, leugen, afgunst; misdragingen van mensen in allerlei vormen en maat.
Met alleen wetten zijn wij er niet. Als je hart laat spreken, kun je soms in strijd handelen met een wet of regel. Het meest bekende voorbeeld is dat Jezus iemand op de Sabbat genas van een ziekte en daarmee inbreuk maakte op de Sabbatwet.
Ware godsdienstigheid is niet te regelen in wetten, tradities en voorschriften.
Ware godsdienstigheid formuleert telkens opnieuw haar wetten en regels,
volgens het geweten van steeds weer nieuwe mensen.
Daarbij behoort maar één wet voorop te staan: de wet van de liefde.
Het doet mij pijn als mensen zich laten uitschrijven uit de kerk, vooral, omdat zij vaak degenen zijn, die het Christelijk geloof heel serieus nemen. Juist zij kunnen niet tegen onrecht. Ze komen op voor een gediscrimineerd familielid of klasgenoot van vroeger. Degenen, die de kerk verlaten, zijn mensen, die zich Jezus’ woord van barmhartigheid hebben eigen gemaakt.
De kerk is opnieuw in opspraak. Mensen nemen het de kerk kwalijk, dat ze het leed van slachtoffers van seksueel misbruik door bedienaren heeft ontkend of afgezwakt. Wij kunnen ons die boosheid voorstellen.
Seksueel misbruik blijkt veel voor gekomen te zijn en misschien nog wel,
op scholen, op internaten, in verenigingen, in huizen en bedrijven.
Maar de kerk wordt gezien als degene, die als eerste klaar staat om zondaars aan te klagen. De kerk is degene, die het eerst met stenen gooide. Zij spreek mensen aan op hun schuld. Zij weigerde de communie aan iemand, die niet naar haar normen leeft. Omdat de kerk zich de rol heeft aangemeten, van degene, die de eerste steen mocht werpen, daarom verwacht men van haar, dat ze zelf zonder fouten was.
We hopen dat ook de kerk zal leren van deze fouten.
Dat zij barmhartig kan zijn jegens mensen met hun tekorten.
Dat zij geen slachtoffers van onrecht in de kou laat staan.
Dat ze aan de kant van Jezus staat, die de zondaar telkens nieuwe kansen geeft.
Jezus roept ons op om ons in te zetten voor het Rijk van God.
Hij roept ons op om vrede en gerechtigheid te garanderen voor iedereen op aarde.
Hij roept ons op om samen op weg te gaan en elkaar door het leven te begeleiden.
Durven wij samen op weg te gaan?
Wat Jezus doet, kunnen wij ook.
Elkaar aanspreken op datgene waar we goed in zijn, de ander tot zijn recht laten komen, een bekering tot stand brengen, waardoor we uit onszelf de slechte dingen willen veranderen.
Zacheüs gaf het viervoudige terug van wat hij ten onrechte geïnd had.
Vriendelijkheid en bekering leveren een hoge rente op.
Specifiek in onze persoonlijke verhoudingen blijft de leuze staan: het aanbieden van een excuus is het begin, maar er heel veel goeds tegenover stellen gaat dieper en zal uiteindelijk tot genezing van onze relatie leiden!
SLOTGEDACHTE
Jezus was telkens de eerste, die onrecht aan de kaak heeft gesteld,
waar en wanneer hij het maar tegen kwam.
Hij kwam altijd op voor de onderdrukten en de slachtoffers,
hij schroomde daarbij niet om gezag
of autoriteit ter verantwoording te roepen.
Daarom kunnen en moeten ook wij niet zwijgen over onrecht,
ook niet als het in eigen huis gebeurd is.
Laten wij zelf niet oordelen, zeker niet veroordelen.
Het moet wel gebeuren, maar door anderen,
die niet direct betrokken zijn bij wat er heeft plaats gevonden, die we daartoe hoogachten en die onafhankelijk zijn.
Laten wij vooral opkomen voor de slachtoffers,
naar ze luisteren, hun verhalen serieus nemen.
Proberen hun leven leefbaarder te maken,
ze tegemoet te komen in het onrecht dat hen is aangedaan.
Wij, als kerkbestuur, willen daarom niet zwijgen
over wat er aan de hand is binnen de kerk,
maar juist iedereen uitnodigen om hierover met elkaar in gesprek te gaan.
In de hoop dat we leren van de fouten
en ze daardoor in de toekomst kunnen voorkomen.
De kerk moet een levende kerk zijn,
een kerk van deze tijd, dynamisch en bereid tot verandering.
Voor degenen, die er behoefte aan hebben,
zal het kerkbestuur na afloop van deze mis in de crypte,
onder het altaar, aanwezig zijn om met elkaar te spreken.
Niet dat wij de wijsheid in pacht hebben,
maar om te leren van elkaar.
Iedereen is hiervoor van harte uitgenodigd.
 |